Set jongleerballen

Set van 3 mini jongleerballen. Dit is een leuke set van drie mini-jongleerballen. De ballen hebben een zachte, pluizige textuur en zijn ontworpen voor educatief spel en vermaak. Ze zijn verkrijgbaar in een verscheidenheid aan kleuren, zoals rood, groen en oranje, waardoor ze er aantrekkelijk uitzien. De set komt met instructies, zodat je gemakkelijk kunt leren jongleren. Deze mini-jongleerballen zijn een geweldige manier om je hand-oog-coördinatie te verbeteren en je creativiteit te stimuleren. Binnen de ACT kunnen deze jongleerballen ook goed ingezet worden bij metaforen en oefeningen. Hieronder staan er een paar uitgewerkt. 

Lengte: 5 cm

Breedte: 5 cm

Hoogte: 5 cm

Kleuren in 1 doos: groen, rood, oranje

 

Oefening 1: Laat de bal vallen

Doel: Acceptatie oefenen en leren omgaan met falen.
Uitleg:

  1. Geef de jongleerballen aan de deelnemer. Laat hen beginnen met één bal en voeg er meer aan toe als ze comfortabel zijn.
  2. Vraag de deelnemer om te jongleren en zeg dat het normaal is als een bal valt.
  3. Wanneer een bal valt, vraag hen dit op te merken zonder oordeel. Laat hen de bal oppakken en gewoon doorgaan.
  4. Bespreek daarna: "Hoe voelde het om een bal te laten vallen? Welke gedachten kwamen er op?"

Transfer:
Leg uit dat dit vergelijkbaar is met het omgaan met fouten in het dagelijks leven. Fouten maken hoort erbij. Het belangrijkste is hoe we reageren: laten we ons ontmoedigen of pakken we de bal op en gaan we verder?


Oefening 2: Gedachten als ballen

Doel: Cognitieve defusie oefenen door gedachten op afstand te observeren.
Uitleg:

  1. Laat de deelnemer één bal representeren. Geef deze bal een naam van een gedachte die hen vaak bezighoudt, bijvoorbeeld "Ik ben niet goed genoeg".
  2. Vraag hen om te jongleren met deze bal terwijl ze hun aandacht richten op wat de bal symboliseert.
  3. Voeg meer ballen toe, waarbij elke bal een gedachte of gevoel representeert.
  4. Vraag hen te reflecteren: "Hoe voelde het om met meerdere gedachten bezig te zijn? Kon je ze allemaal vasthouden?"

Transfer:
Leg uit dat gedachten net als ballen komen en gaan. We hoeven niet altijd alle gedachten vast te houden of serieus te nemen. Jongleren met gedachten kan helpen om ze te zien als gebeurtenissen in plaats van absolute waarheden.


Oefening 3: Waarden-jongleren

Doel: Waarden verkennen en prioriteiten stellen.
Uitleg:

  1. Laat de deelnemer drie jongleerballen kiezen en label deze met kernwaarden (bijvoorbeeld ‘familie’, ‘gezondheid’, ‘vrijheid’).
  2. Vraag hen te jongleren en merk op hoe uitdagend het is om alle ballen in de lucht te houden.
  3. Voeg eventueel meer ballen toe die dagelijkse verplichtingen vertegenwoordigen, zoals werk of sociale media.
  4. Vraag na de oefening: "Welke ballen vielen het eerst? Welke hield je het langst vast? Wat zegt dit over jouw prioriteiten?"

Transfer:
Help hen inzien dat het moeilijk is om alles even belangrijk te maken. Soms vallen sommige ballen, en dat is oké. Het gaat erom de waarden die echt belangrijk zijn, voorop te stellen.


Oefening 4: Balans in het moment

Doel: Mindfulness en focus versterken.
Uitleg:

  1. Geef de deelnemer één bal en vraag hen langzaam te beginnen met jongleren, met aandacht voor elke beweging. Laat hen voelen hoe de bal in hun hand ligt, hoe het voelt om hem op te gooien en te vangen.
  2. Voeg geleidelijk meer ballen toe, maar benadruk dat de snelheid niet belangrijk is. De focus ligt op aandacht in het moment.
  3. Bespreek na afloop: "Wat viel je op? Kon je volledig aanwezig zijn bij de oefening?"

Transfer:
Leg uit dat jongleren net als het leven is: het vereist focus, maar ook flexibiliteit. Door aandacht te hebben voor het huidige moment, kun je beter omgaan met wat er op je pad komt.

 


Oefening 5: De onmogelijke bal

Doel: Omgaan met frustratie en controle loslaten.
Uitleg:

  1. Geef een bal die extra lastig is om mee te jongleren (bijvoorbeeld een bal die zwaarder is of een ongewone vorm heeft).
  2. Laat de deelnemer proberen te jongleren met deze ‘onmogelijke bal’. Bespreek hoe frustrerend het kan zijn als iets niet lukt.
  3. Vraag hen: "Kun je doorgaan met jongleren ondanks dat deze bal moeilijk is? Wat helpt je hierbij?"

Transfer:
Deze oefening laat zien dat sommige situaties of gevoelens "onmogelijk" kunnen lijken. Toch kunnen we kiezen hoe we reageren, zelfs als we niet alles onder controle hebben.