Retro knikkers

Met knikkers kun je verschillende werkvormen en metaforen binnen de ACT inzetten. Hieronder staan een paar voorbeelden.

49 standaard knikker en 1 grote knikker per net.

De kleuren worden willenkeurig verzonden. 

 

 

1. Oefening: De Knikker in je Schoen (Acceptatie en Omgaan met Ongemak)

Doel:
Leren omgaan met ongemak door acceptatie, in plaats van te proberen het te vermijden of ertegen te vechten.

Uitleg van de oefening:

  1. Vraag de deelnemer om een knikker in hun schoen te leggen en een korte wandeling te maken (bijvoorbeeld een paar stappen door de kamer).
  2. Terwijl ze lopen, nodig je hen uit om te beschrijven wat ze ervaren: "Hoe voelt de knikker? Wat doet dit met je gedachten? Wat gebeurt er in je lichaam?"
  3. Vervolgens vraag je hen om, in plaats van te proberen de knikker 'weg te denken' of zich te verzetten tegen het ongemak, hun aandacht bewust te richten op hun ademhaling en hun beweging. Laat ze onderzoeken hoe het is om de ervaring van de knikker simpelweg toe te laten.
  4. Bespreek daarna: "Hoe was het om dit ongemak op te merken zonder ertegen te vechten? Zou je ondanks de knikker nog steeds kunnen lopen en je richten op wat belangrijk is?"

Transfer:
Deze oefening laat zien dat ongemak niet per se hoeft te verdwijnen om toch te kunnen blijven functioneren. In het dagelijks leven kunnen deelnemers deze metafoor toepassen door te erkennen dat moeilijke emoties of situaties ("de knikker in hun schoen") er mogen zijn, zonder dat ze hen volledig tegenhouden in het najagen van hun doelen of waarden.

 

2.  Knikkers Vast en Los (Acceptatie)

Doel: Leren omgaan met moeilijke emoties door ze te accepteren in plaats van ze te vermijden.

Uitleg van de oefening:

  1. Geef de deelnemer een knikker en vraag hen die zo stevig mogelijk in hun vuist te knijpen. Laat ze beschrijven hoe dat voelt: "Wat gebeurt er met je hand? Hoe voelt je arm?"
  2. Vraag vervolgens of ze de knikker gewoon in hun open hand kunnen laten liggen. Laat hen de verschillen opmerken tussen de twee manieren.
  3. Bespreek hoe het proberen te vechten tegen emoties (het knijpen) vaak meer pijn doet dan het accepteren en laten zijn (de open hand).

Transfer:
Deze oefening laat zien hoe acceptatie van emoties minder energie kost dan weerstand. In moeilijke situaties kunnen deelnemers zichzelf eraan herinneren dat ze niet hoeven te vechten, maar ruimte kunnen geven aan wat er is.